Rubrics (WO)
Rubrics WO niveau
| Indicator: | <6 onvoldoende | 6 voldoende | 7 ruim voldoende | >8 goed tot zeer goed |
|---|---|---|---|---|
| a. Spiritualiteit & belichaamde navolging | De student kan moeilijk woorden geven aan de eigen spiritualiteit... | De student geeft woorden aan de eigen christelijke spiritualiteit... | De student integreert de studie met de eigen christelijke spiritualiteit... | De student verbindt zijn/haar studie... vernieuwend inzicht en handelen. |
| b. Onderzoekszin | De student toont weinig tot geen interesse... | De student laat enige mate van nieuwsgierigheid zien... | De student toont een nieuwsgierige, respectvolle en empathische houding... | De student toont grote leergierigheid... |
| c. Bijbel en Baptist Vision | Het lukt de student niet om... | De student geeft eigen woorden aan wat er gelezen wordt... | De student voedt op een creatieve en verdiepende manier... | De student past een gelaagde exegese toe... |
| d. Zelfinzicht en zelfcorrectie | De student heeft weinig tot geen inzicht... | De student toont enig inzicht... | De student betoont zelfinzicht... | De student toont diepgaand en doorleefd zelfinzicht... |
| e. Professionele identiteit en ethiek | De student heeft weinig tot niet nagedacht... | De student heeft nog niet volledig grip... | De student geeft inzicht... | De student geeft inzicht ... en kan de reflectie conceptueel duiden. |
| f. Exegese | De uitleg van het Schriftgedeelte heeft onvoldoende diepgang... | De student geeft met behulp van relevante hulpmiddelen... | De student legt een Schriftgedeelte uit... | De student interpreteert een Schriftgedeelte... |
| g. Missio Dei | De student benoemt wel iets van de 'missio Dei'... | De student beschrijft wel de 'missio Dei'... | De student beschrijft en evalueert... | De student beschrijft en evalueert... historisch en theologisch. |
| h. Vrijkerkelijke ecclesiologie | De student is nog niet voldoende vertrouwd... | De student kan op hoofdlijnen de eigenheid uitleggen... | De student kan ... ecclesiologie uitleggen... | De student is vertrouwd en kan historisch en theologisch duiden. |
| i. Cultuuranalyse | De student gebruikt nauwelijks inzichten... | De student kan aan de hand van theorieën... | De student gebruikt relevante theorieën... | De student laat een breed overzicht zien... |
| j. Narratieve theologie | De student slaagt er niet in... | De student kent de narratieve benadering... | De student gebruikt narrativiteit... | De student improviseert en verantwoordt dit theoretisch... |
| k. Pastoraat | De student is niet voldoende doortastend... | De student kan empathisch luisteren... | De student laat zien dat hij kan luisteren... | De student begeleidt het pastorale gesprek sterk... |
| l. Praktijkvragen en complexiteit | De student kan onvoldoende vragen signaleren... | De student signaleert en bespreekt... | De student analyseert vanuit verschillende perspectieven... | De student plaatst het probleem in een breder kader... |
| m. Geleefd geloof | De student komt niet voorbij vooroordelen... | De student hanteert kwalitatieve methodologie... | De student beschrijft concreet en genuanceerd... | De student komt tot verrassend inzicht... |
| n. Professionele Houding | De student laat onvoldoende professionele houding zien... | De professionele houding is voldoende... | De student laat een professionele houding zien... | De student laat een hoge mate van professionaliteit zien... |
| o. Procesdynamieken | De student doorziet procesdynamieken niet... | De student herkent procesdynamieken... | De student maakt deze bespreekbaar... | De student handelt strategisch en bewust. |
| p. Homiletische en Liturgische Competentie | De student spreekt weinig pastoraal... | De student spreekt op urgente manier... | De student spreekt verbindend... | De student spreekt krachtig en verantwoordt theorie. |
| q. Communale Hermeneutiek | De student ondersteunt maar stuurt niet... | De student begeleidt maar mist overzicht... | De student begeleidt zorgvuldig... | De student begeleidt zelfstandig en strategisch. |
| r. Communicatie/redeneren | De student heeft wollige redenaties... | De student heeft wisselende kwaliteit... | De student argumenteert logisch... | De student communiceert zeer scherp en overtuigend. |
| s. Kerkelijke actualiteit | De student is niet bekend... | De student is enigszins bekend... | De student kent ontwikkelingen... | De student kan ontwikkelingen duiden. |
| t. Oecumene | De student kan rol niet verwoorden... | De student is intuïtief bewust... | De student kan traditie vertolken... | De student verbindt en reflecteert sterk. |
| u. (ana)Baptistische Hermeneutiek | De student is onvoldoende bekend... | De student kent sleutelpassages... | De student reflecteert exegetisch en theologisch... | De student analyseert grondig en positioneert zichzelf kritisch. |