Gods trouw vieren
Op zondag 1 juni was ik samen met mijn man bij een bijzondere bijeenkomst in Amsterdam, in de Doopsgezinde Singelkerk (een voormalige schuilkerk), samen met broeders en zusters uit diverse landen.
Op zondag 1 juni was ik samen met mijn man bij een bijzondere bijeenkomst in Amsterdam, in de Doopsgezinde Singelkerk (een voormalige schuilkerk), samen met broeders en zusters uit diverse landen.
Van 4 tot 10 april ging ik mee op studiereis naar Bosnië. Het thema was: ‘Religie als instrument voor vrede in een verdeelde wereld’. Vooral de persoonlijke ontmoetingen raakten mij. In deze blog vertel ik hoe mensen van verschillende godsdiensten elkaar kunnen ontmoeten. Wat is daarvoor nodig? En hoe doe je dat, persoonlijk en als gemeente?
Samen op reis
Herman Bouma nodigde mij uit voor deze reis. Ik ken hem via het netwerk Urban Expression. Hij organiseerde de reis samen met Bert de Ruiter, die veel ervaring heeft met interreligieuze dialoog. We reisden met een gemengde groep: zes christelijke leiders en een imam uit Amsterdam. Kletsen in de bus, samen eten, Turkse koffie in het oude Sarajevo… Zoals imam Abdelilah El Amrani zei: dat was “100%!” Helaas kon iemand uit de joodse gemeenschap op het laatste moment niet mee.

Bezoek oud burgemeester Mostar
Het doel van de reis was om te leren van de manier waarop in Bosnië wordt gewerkt aan interreligieuze dialoog. We bezochten Sarajevo, Srebrenica en Mostar. Prachtige plaatsen, met een bewogen geschiedenis. We spraken met imams, priesters, een joodse voorganger, evangelische leiders en mensen die werken aan vrede. Onze gastheer was Aid Smajic, professor aan de Faculteit voor Islamitische Studies in Sarajevo.
De oorlog en de rol van religie
Tussen 1992 en 1995 was er een vreselijke oorlog in Bosnië. De gevolgen zijn nog steeds zichtbaar. Bosnië-Herzegovina heeft een gemengde bevolking: 51% moslims, 31% orthodoxe en 15% katholieke christenen. Bosnië ligt tussen verschillende werelden. Eerst tussen het katholieke westen en het orthodoxe oosten (na de kerksplitsing in 1054). Later werd het deel van het Ottomaanse (Turkse) rijk. Zo zijn veel Bosniërs moslim geworden. In het westen wonen vooral Kroaten (katholiek) en in het oosten vooral Serviërs (orthodox). Door het land heen wonen deze groepen ook door elkaar.

Kaart van Bosnië
In de oorlog werd geprobeerd om gebieden 'etnisch' te zuiveren. Dat leidde tot geweld en diepe wonden. We zagen hoe religie misbruikt kan worden om geweld te rechtvaardigen. Geloof en afkomst raken dan met elkaar verbonden. We spraken erover dat de rol van religie in het streven naar vrede soms te positief wordt voorgesteld. Onze gastheer Aid zei daarover: "Eerst zien, dan geloven." De reis nodigt ons uit om eerlijk naar onszelf te kijken: hoe gebruiken wij zelf geloof en macht?
Echte ontmoeting
Echte ontmoeting gebeurt vaak spontaan, in het dagelijks leven. Maar ook georganiseerde netwerken van religieuze leiders kunnen helpen. In mijn eigen wijk Soesterkwartier heb ik contact met enkele moslimfamilies. Vooral met één gezin ben ik bevriend geraakt.
Misschien ken jij ook mensen met een ander geloof — via werk, school, sport of de buurt. Sommige gemeenten doen mee aan interreligieuze dialoog of een iftar-maaltijd tijdens de ramadan. Voor anderen voelt dit nog ver weg. Daarom deel ik drie lessen uit onze reis.
1. Dialoog begint met luisteren
Met de groep brachten we een indrukwekkend bezoek aan Srebrenica. Srebrenica was in juli 1995 het toneel van de deportatie van 8.000 moslimmannen en jongens, die later bijna allen zijn vermoord door Servische troepen. Het wegvoeren gebeurde onder de ogen van Dutchbat, een Nederlands VN-bataljon.
In Srebrenica bezochten we imam Ahmed. Hij verloor zijn vader, opa en vier ooms tijdens de genocide. Na zijn studie keerde hij terug naar Srebrenica, waar nog maar weinig moslims wonen. Hij zoekt opnieuw de weg in het leven, wil anderen bijstaan. Gevraagd naar zijn beeld voor de toekomst zegt hij: “Ik weet het echt niet.” Hij is bang door nieuw oplaaiend Servisch nationalisme. Zijn geloof geeft hem kracht. “Wie leeft er met jullie mee?”, vragen we. “De wereldwijde moslimgemeenschap… en gewone mensen zoals jullie.”

Begraafplaats Srebrenica
Dat gesprek raakte ons allemaal. Dialoog begint met luisteren – écht luisteren. De ander willen begrijpen, zonder meteen je oordeel klaar te hebben. In het luisteren ontstaat ruimte voor het hart van de ander.
2. Dialoog vraagt kwetsbaarheid
In Sarajevo spraken we met Bryan Carey van Peacemaking Catalyst International. Hij woont al jaren in Bosnië. Hij zei dat dialoog vaak wordt gezien als iets voor religieuze leiders, die beleefd blijven maar zich niet echt laten zien. Hij pleit juist voor “hart tot hart-dialoog” — gesprekken waarin gewone mensen iets van zichzelf delen. Dat is spannend, want je loopt risico geraakt te worden. Maar dat is juist nodig, zegt hij. Zo kun je elkaar beter begrijpen en vertrouwen opbouwen.

Sarajevo
Bryan liet ons een oefening doen: op papier zes dingen opschrijven die belangrijk zijn voor onze identiteit. Daarna moesten we steeds iets wegstrepen, tot er één ding overbleef. Dat was moeilijk en confronterend. Maar het hielp ons om na te denken: wat is echt belangrijk voor mij? Juist dat punt is kwetsbaar in de dialoog.
Bij conflicten houden mensen vaak nóg sterker vast aan hun identiteit. Geloof, cultuur en afkomst worden dan harde scheidslijnen. Dialoog vraagt dat je durft te delen wat de kracht van geloof is in jouw leven, zonder de ander te willen overtuigen. Je deelt de “hoop die in je is” (1 Petrus 3:15). Dit geeft een ander gesprek dan discussie over wie gelijk heeft.
3. Dialoog bouwt vertrouwen
Wanneer mensen elkaar in een veilige ruimte ontmoeten, groeit er begrip. Dialoog is niet bedoeld om verschillen weg te poetsen, maar juist om echt jezelf te zijn, met respect voor de ander. Iedereen is de expert van zijn of haar eigen geloof. Als christen ga ik niet uitleggen hoe de islam werkt of wat er in de Koran staat. Dat wil ik horen van iemand die zelf moslim is. Andersom werkt dat ook zo. Het helpt niet als een moslim teksten uit de Bijbel gaat uitleggen.
In veel woonplaatsen zijn er netwerken van religieuze leiders. Als je als voorganger of gemeenteleiding meedoet, leer je anderen kennen. Als er iets ernstigs gebeurt, zoals het bekladden van een synagoge, het verbranden van de Koran of het bedreigen van christelijke vluchtelingen, dan kun je samen reageren – binnen je gemeenschap én in het openbaar. Als leiders elkaar vertrouwen, volgen hun gemeenschappen vaak ook.

Joodse synagoge (museum)
Aan de Universiteit van Sarajevo is een gezamenlijke opleiding gestart voor moslims, katholieken en orthodoxen. Een priester die we spraken zei: “Goed nieuws verkoopt niet. Maar in 50 jaar kun je met verzoening een stapje verder komen.” Dialoog is bouwen aan vertrouwen, op de lange termijn.
Geloof en relatie
Jezus zegt: “Heb God lief met heel je hart, en heb de ander lief als jezelf” (Marcus 12:29-31). In Gods koninkrijk gaat het om relaties – niet als middel, maar als doel op zich.
Als groep zijn we hiervoor gegaan tijdens de reis. De ander ontvangen als een geschenk is iets moois. Het maakt je rijker en blij. Maar soms is het ook spannend of verwarrend. Toch geloof ik: God is erbij in dit soort gesprekken. Voor 100%!

Orthodoxe kerk
Verwerking
Misschien vind je het boeiend de preek te bekijken en beluisteren die Abdelilah hield naar aanleiding van de reis in de moskee Dar El Huda in Amsterdam. Dat kan via deze link. Voor het uitgebreide reisverslag kun je me mailen via
Oeds Blok is coördinator pionieren & gemeentestichting voor Unie-ABC en docent Pionierend Leiderschap bij het Baptisten Seminarium en begeleidt leiders vanuit het Instituut voor Undefended Leadership, onder wie veel predikanten.
De laatste jaren is er veel berichtgeving over onze jongeren. Dat is mooi wat dan kunnen we ons in onze jongeren verdiepen, leren om hen te begrijpen en zo met hen mee te leven. Al is elke jongere weer uniek en zul je in gesprek moeten blijven om dat unieke te kunnen horen. Dat leren we vanuit Samen Jong kernwaarde ‘Hart voor jongeren hebben’. In deze blog wil ik verkennen wat er speelt onder jongeren als het gaat om het toenemende geloof en afnemende mentale gezondheid, zoals dit beeld vanuit onderzoek en media ontstaat. Ik wil vooral ook kijken hoe we hiermee om kunnen gaan als betrokken reisgenoten in de gemeente. Hiervoor gebruik ik de lens van Samen Jong die ons een behulpzame focus geeft van 6 kernwaarden voor een gemeente met alle generaties.
Mentale gezondheid
Het begon met de mentale gezondheid onder jongeren waar het Trimbos instituut onderzoek naar had gedaan. Dit was niet alleen vanaf de pandemie, deze lijn was al eerder op te merken. Concluderend kunnen we stellen dat de mentale problemen onder jongeren zijn toegenomen en meer daarvoor begeleiding zochten. De wachtlijsten liepen op en dat gaf extra druk op de hulpverlening en de jongeren zelf. Hoewel de cijfers van maart iets teruglopen en hulpverlening iets beter lijkt aan te sluiten, is het nog steeds 1 op de drie jongeren die last heeft van mentale klachten. Onder ouderen is dit 1 op de 4. Op 25 april stond dit thema op de agenda van de Tweede Kamer.
Schermcultuur zorgt voor ingrijpende gevolgen onder jongeren
Dan verschijnt er een boek genaamd Generatie Angststoornis (Anxious Generation) van Jonathan Haidt, waarin hij vertelt en onderbouwt wat we als jeugdwerkers, leerkrachten en ouders eigenlijk al wisten. Onze schermcultuur zorgt voor ingrijpende problemen onder jongeren. Als het gaat om hersenontwikkeling en hechtingsproblematiek schetst Haidt een ingrijpend beeld. Meer depressie onder jongeren, met in de laatste jaren iets meer/andere problematiek onder meisjes dan onder jongens door de schermcultuur. Het boek bevat nog veel meer uitkomsten, aandachtspunten en oplossingen, maar ik wil me op deze plek niet verliezen in details. Daar zijn goede websites en podcast over gemaakt. Sindsdien is er maatschappelijk meer aandacht voor de begrenzing van mobielgebruik onder kinderen en jongeren. Sla de krant er maar op na.
Jongeren geloviger dan vorige generatie
Ik sluit af met het bericht dat de huidige generatie jongeren (17-25jr) positiever is over religie dan de generatie ervoor (Millennials). In december waren er al berichten over meer jongeren die de Oosters Orthodoxe Kerk bezoeken. Het CBS en God in Nederland 2024 bevestigen nu dat er een trendbreuk is vergeleken met de jaren ervoor. Meer jongeren zijn positief over religie en meer jongeren identificeren zichzelf als gelovig. Of dit leidt tot meer kerkbezoek is nog de vraag. Bij de ene kerk iets meer dan de andere, is er te lezen. Volgens ander onderzoek worden jongeren ook conservatiever en sommigen zien een verband met de toenemende interesse in geloof onder jongeren. Ook hier wil ik niet langer bij stilstaan ook hier kunnen we weer terecht bij de vele krantenartikelen die er zijn geweest. Een belangrijke conclusie uit deze berichten is dat jongeren in deze onzekere tijden (oorlog, polarisatie, etc.), zoeken naar houvast en sociale verbinding en een toenemende aantal jongeren dit vindt in geloof en een aantal daarvan ook in de kerk.
Ik wil bewust niet te diep ingaan op de analyses, ook al is dat zeer interessant en praat ik daar graag met je over door. Een deel daarvan hebben we opgepakt bij de Jeugdtrends 2024 waar Unie-ABC ook aan meewerkte en ook in eerdere blogs heb ik aandacht besteed aan mentale problemen en Generatie Angststoornis. Op 27 juni is er een studieochtend georganiseerd door ons Seminarium in Amsterdam over de groeiende belangstelling onder jongeren voor geloof en kerk.
De grote vraag op deze plek is: Hoe kunnen wij als gemeente hierop reageren?
Deze vraag wil ik graag beantwoorden met de kapstok van Samen Jong met de 6 haakjes van kernwaarden waar ik deze situatie aan op wil hangen.
Je kunt dit ook als lens gebruiken voor de raad van de gemeente. Er zijn al meerdere gemeenten die dit zo doen en dit in hun jaarplannen verwerken. Zoals Op Doortocht in Ede en Baptistengemeente Harderwijk. Werken vanuit deze kernwaarden geeft je gemeente concrete thema’s en duidelijke richting om hierop te reageren, is mijn ervaring. Vanwege de beperkte blogruimte bespreek ik twee kernwaarden. -zie ook het arikel in Licht Magazine van BG Harderwijk-.
Hart voor Jongeren
Allereerst is er de lens van de kernwaarde ‘Hart voor jongeren hebben’. Bij de beschrijving van deze waarde zien we dat het gaat om je inleven in- en meeleven met onze jongere generaties. Inleven betekent verdiepen in wat er onder jongeren speelt. Bovenstaande berichtgeving is dan een eerste aanzet om je te verdiepen in onze jongeren. Zo ontstaat er een beeld waarmee je in gesprek kunt gaan met jongeren, ouders en werkers in de gemeente. Geen oordeel of snelle antwoorden, maar begripvol luisteren en doorvragen. Zo kom je achter wat er leeft bij de jongeren in de gemeente.
Samen Jong komt vanuit onderzoek tot de volgende indeling als het gaat om de drie ultieme vragen die er onder jongere generaties leven.
Ik vraag me af… Gaat over… Legt de focus op Beantwoord door Gods…
|
Wie ben ik? |
Identiteit |
Ik |
Genade |
|
Wat is mijn plek? |
Relaties |
Wij |
Liefde |
|
Welk verschil maak ik? |
Doel |
Onze wereld |
Missie (koninkrijk) |
Op deze manier komen we bij wat er onder jongeren leeft. Als we ons verdiepen in de bovengenoemde ontwikkelingen onder jongeren kunnen we deze vragen herkennen. Samen Jong helpt ons om hierop te reageren vanuit een Bijbelse visie die jongeren kan inspireren en op weg helpen.
Jezus boodschap serieus nemen
Aan welke boodschap hebben jongeren behoefte in tijden van onzekerheid en onrust? Het schema uit Samen Jong geeft aan dat Gods genade, Gods liefde en Gods missie tegemoetkomen aan de diepere vragen van jongeren. Deze thema’s een plek geven in prediking en onderwijs kan zo een belangrijke stap worden. Als het gaat om het serieus nemen van Jezus boodschap vraagt dit ook om concrete uitwerking die past bij de levens van jongere generaties (en stiekem ook bij onze oudere generaties).
Samen Jong reikt hiervoor 3 thema’s aan:
Een voorbeeld van deze boodschap is het project Life Rules van de EO in samenwerking met de Christelijke Hogeschool Ede. Dit project wil jongeren helpen om hun levens de nodige richting en structuur te geven in een wereld waarin er veel op onze jongeren afkomt en waarin er ook veel afleiding is. Zo komen ze tot 10 regels gebaseerd op Jezus’ levensstijl. Een andere vorm is het boek en de cursus ‘De Weg (volgen)’, van John Mark Comer die ook concreet maakt hoe het volgen van Jezus er uit kan zien.
Andere waarden
Ook de kernwaarde ‘Warme gemeenschap’ is belangrijk om aan te sluiten bij onze jongeren en bij de vragen die ze hebben. En dat geldt ook voor de andere waarden van Samen Jong. Volgens Samen Jong horen alle kernwaarden bij elkaar en grijpen ze ook op elkaar in. Ik had dit graag verder uitgewerkt, maar belangrijker is om hiermee zelf over in gesprek en aan de slag te gaan in de gemeente. Op die manier kunnen er ook vormen ontstaan die passend zijn voor de jongeren in je eigen gemeente en in aansluiting bij wat er op dit moment al wordt gedaan voor jongeren. Ga dit gesprek aan met of binnen de leiding van de gemeente.
Tot slot
Veel jongeren hebben mentale problemen en meer jongeren zijn tegenwoordig geïnteresseerd in geloof. Dat is het generaliserende beeld wat naar voren komt als het om onze jongeren gaat. Meer geloof vertaalt zich niet altijd in meer kerkbezoek. Volgens God in Nederland groeit het kerkbezoek bij deze generatie maar bij enkele denominaties. Ik laat de analyse achterwege en volsta met de opmerking dat er hier nog een uitdaging ligt voor onze gemeenten. En hier zijn gelukkig positieve voorbeelden van te vinden binnen en buiten de gemeente.
Hoe mooi zou het zijn als kerken met hun doen en laten kunnen aansluiten bij deze ontwikkeling onder jonge generaties? Hoe mooi zou het zijn als jongeren ontdekken dat het leven met onze Heer Jezus Christus niet een droog en dor verhaal is voor later, maar dat het een groot avontuur kan zijn wat antwoord en richting geeft bij onze diepste levensvragen op dit moment. En hoe verrijkend zou dit zijn voor alle generaties in onze gemeenten?
Denk hierbij ook aan de ouders. Ook zij behoren volgens Samen Jong bij de jonge generaties en hoe mooi zou het zijn als er avonden in de gemeente zijn waar ouders kunnen horen over thema’s die spelen en kunnen delen over hun vragen die ze daarbij hebben, zoals Vrije Baptistengemeente Ichtus in Wierden deze hebben georganiseerd.
Samen Jong wil hierin onze gemeenten tot hulp zijn, maar het belangrijkste is om hierin goed naar elkaar te luisteren en altijd weer de vraag te stellen hoe we vanuit het goede nieuws van Jezus Christus kunnen aansluiten op elkaar met woorden en vormen die daarbij passen.
Gods goede zegen hierbij gewenst.
Ronald van den Oever is regiocoördinator en jeugdwerkadviseur bij Unie-ABC.
Voor meer informatie:
Soms blijft iets wat je in een documentaire hoort, jaren hangen. Zo hoorde ik ruim twintig jaar geleden over enkele Amerikaanse familieleden van Adolf Hitler die zich vrijwillig lieten steriliseren: uit overtuiging dat ze “de kwade dna-lijn” wilden beëindigen. In eerste instantie vond ik het nobel. Het illustreert hoe zwaar familiegeschiedenis kan drukken. Maar ineens raakte me, was het ontbreken van vertrouwen in Gods genade, die zelfs gebroken lijnen kan herstellen (Jesaja 61:3). En vond ik het niet meer zo nobel maar een gemiste geloofskans.
Een scherp contrast zien we in het leven van Bijbelse Ruth. Zij kwam uit de lijn van Lot, die nauw verbonden is met het verhaal van Sodom en Gomorra (Genesis 19). Ondanks deze afkomst koos Ruth ervoor om zich te verbinden met de God van Israël: “Uw volk is mijn volk en uw God is mijn God” (Ruth 1:16). Uit haar en Rachabs Boaz werd Obed geboren, die voor Noömi werd als een nieuwe levenswortel. En uit deze lijn kwamen David en natuurlijk uiteindelijk Jezus Christus voort. God schrijft heilsgeschiedenis met gebroken mensen.
In onze tijd ligt de nadruk sterk op individuele autonomie, los van afkomst of geschiedenis. Maar de Bijbel laat zien dat wortels ertoe doen. Wie zijn oorsprong erkent, kan ook bewust bouwen aan de toekomst. “Gedenk de rots waaruit je gehouwen bent”, Jesaja 51:1. Soms schamen we ons voor ons verleden of onze voorouders, maar juist in de erkenning daarvan kan God iets nieuws beginnen.
Mijn vader woont in Kenia. Daar, zoals in veel Afrikaanse culturen, is stamverwantschap niet slechts een etiket, maar een bron van identiteit, verantwoordelijkheid en roeping en trots. In de Bijbel is een naam meer dan een label; het is bestemming. Denk aan Abram die Abraham werd, Sarai die Sara werd (Genesis 17:5,15), of Jakob die Israël werd (Genesis 32:29). Namen dragen geestelijke betekenis. Ook wij worden geroepen om namen van gebrokenheid om te vormen tot namen van hoop.
We blijven vrij en verantwoordelijk voor onze eigen keuzes, maar het erkennen van onze plaats in de grotere lijn opent de deur naar werkelijke vrijheid in Christus te leven.
Voor mij is opnieuw beginnen bij God geen theoretisch amen, maar praktisch omzetbaar Halleluja. Naast onze biologische zoon mochten wij twee keer pleegkinderen opnemen: Cassandra en Levi. Hun ouders worstelden onder het juk van geweld, depressie en verslaving en patronen die generaties teruggingen. Maar toen zij erkenden dat zij hulp nodig hadden, kwam er ruimte voor verandering. Pleegzorg bood een veilige bedding. Deze kinderen kregen rust, liefde en vertrouwen en bloeiden.
Niet om onszelf te eren, maar als illustratie: Gods genade maakt het verschil. Als mensen elkaar ruimte geven, werkt Gods Geest herstellend.
Daarin ligt het hart van het evangelie: God geeft een nieuwe naam en herschrijft je toekomst. Zoals Jakob zijn zoon niet Ben-Oni, “zoon van mijn verdriet", noemde, maar Benjamin “zoon van mijn rechterhand”. Zo noemt God ook ons bij een nieuwe naam. In de gemeente mogen wij die ruimte aan elkaar geven: ruimte voor groei, voor herstel, voor vernieuwing. Maar de kracht van de Unie-ABC vind ik het samen kerk-zijn met behoud van eigen gemeentecultuur.
Wij zijn takken van één geestelijke familieboom: de Unie-ABC. Elke gemeente met haar eigen cultuur en gebruiken, maar verbonden door geloof, in één God. Onder Zijn vleugels vinden we eenheid en heling (Psalm 91:4).
Gemeente-zijn is méér dan bijeenkomsten bezoeken. Het is samen uitzien naar de toekomst die God belooft: het nieuwe Jeruzalem Het is leven als voorbode van het Koninkrijk, waar alle verschillen samenvloeien onder het koningschap van Jezus.
In Gods gemeente zijn we als het ware elkaars geestelijke pleegouders. Zoals pleegouders zorgen voor kinderen die tijdelijk in hun gezin opgenomen worden, zo nemen wij elkaar op in liefde in ons aardse bestaan. We dragen samen verantwoordelijkheid om elkaar te bemoedigen, te ondersteunen, en te helpen groeien naar Gods beeld, van lokaal naar landelijk.
Tijdens de Unie-ABC-dag op 23 mei jl. proefden we aan elkaars gemeentecultuur, leerden we van elkaar en kwam verbintenis. De gemeente De Goede Herder in Ede dank voor de gastvrijheid en zorgen. Helaas was ik ziek maar ik geniet van de ervaringen en kijk uit naar 7 november, om elkaar weer te zien en opnieuw te ervaren wat het betekent om geloofsfamilie in genade te zijn.
Het was een historisch moment: de eerste Amerikaanse paus, Leo XIV, verscheen op het balkon van de Sint Pieter en begon zijn pontificaat met deze eenvoudige woorden: “Vrede zij met u allen.” Geen politiek statement, geen verwijzing naar zijn afkomst of macht. Hij citeerde Jezus zelf.
Toen Jezus deze woorden sprak – in een gesloten kamer, tegen bange en verwarde leerlingen – was dat geen vrijblijvende groet. Het was een daad. Hij had de dood overwonnen; zijn lichaam droeg nog de littekens van geweld. En zijn eerste boodschap was: vrede. Geen wraak, geen oordeel, geen ‘zie je wel’. Vrede.
Maar wat bedoelt Jezus eigenlijk met vrede? In Johannes 14:27 zegt Hij: “Ik laat jullie vrede na; mijn vrede geef Ik jullie, zoals de wereld die niet geven kan.” Dat is een cruciale zin. Want de vrede die Jezus biedt, is van een totaal andere orde dan de vrede waar wij vaak aan denken.
De wereld bedoelt met ‘vrede’ meestal de afwezigheid van strijd. Geen oorlog, geen conflict, geen gedoe. Maar dat is negatieve vrede – het ontbreken van iets slechts. Jezus spreekt over een positieve vrede: de aanwezigheid van iets goeds. Zijn vrede is geen stilte na het schot, maar leven in harmonie met God, met elkaar, en met jezelf. Het is shalom – het Hebreeuwse woord dat wijst op heelheid, herstel, rechtvaardigheid en verbondenheid.
De vrede van Jezus is dus niet simpelweg ‘niet vechten’. Het is ook niet hetzelfde als diplomatie of compromissen sluiten. Het is een vrede geworteld in liefde en waarheid. Jezus belichaamde die vrede toen Hij – zelfs aan het kruis – bad voor zijn vijanden. Toen Hij zijn leerlingen opzocht, ondanks hun verraad. Het is een vrede die het kwaad in de ogen kijkt, maar weigert het te beantwoorden met wrok of geweld.
Precies daarom is deze vrede zo kostbaar – én zo confronterend. Want ze vraagt iets van ons. Ze vraagt dat we afstand doen van ons recht op vergelding. Dat we ruimte maken voor verzoening. Dat we zoeken naar recht, ook als dat ons iets kost. De vrede van Jezus komt niet vanzelf. Maar ze is wél mogelijk – als we haar ontvangen, en haar durven leven.
De Amerikaanse theoloog Walter Brueggemann schreef: “Peace is not the absence of conflict, but the presence of justice.” Daar zit het spanningsveld. We willen allemaal vrede, maar zijn we ook bereid te vechten voor recht? Zijn we bereid de structuren te benoemen die onvrede in stand houden? De pijn aan te kijken? Onszelf te veranderen?
Want verreweg de meeste oorlogen (ik denk: allemaal) draaien om de keuzes van machtige mensen (meestal mannen) die onschuldige mannen en vrouwen een oorlog laten uitvechten voor politiek of economisch gewin. En die oorlogen veroorzaken weer andere oorlogen: die van de tweespalt, de polarisatie en het wij-zij-denken. Ik merk het vooral onder christenen als het gaat om Israël en Gaza. Alsof het ene mensenleven meer waard is dan het andere. Alsof iemand ooit het recht heeft om het leven van een ander te nemen.
Vrede is moeilijk. Laten we daar eerlijk over zijn. Het vraagt moed om af te zien van je gelijk, om je niet te laten meeslepen door boosheid, om wonden niet te vergelden maar te genezen. Het is veel gemakkelijker om muren te bouwen dan bruggen. Jezus wist dat als geen ander. Daarom zei Hij niet simpelweg: “Wees vredelievend,” maar: “Zalig de vredestichters, want zij zullen kinderen van God genoemd worden” (Mattheüs 5:9). Vredestichten is werk. Hard werk. Het is actief, intens, soms pijnlijk. Het vraagt oefening – trainen in vergeving, in luisteren, in recht doen. Net als een spier moet vrede geoefend worden. Anders verslapt ze.
Jezus leefde die vrede voor, tot in het uiterste. Hij koos ervoor om geen vijanden te maken – zelfs niet van hen die Hem aan het kruis sloegen. Wie Hem volgt, wordt geroepen om hetzelfde te doen. Niet omdat het makkelijk is, maar omdat het leven brengt.
Terwijl ik dit schrijf, kijk ik naar de livestream van de People’s Peace Summit in Jeruzalem – een indrukwekkende bijeenkomst van duizenden Israëli’s en Palestijnen die samenkomen om te pleiten voor vrede en gerechtigheid, zelfs te midden van aanhoudende conflicten. De top, georganiseerd door de “It’s Time”-coalitie van meer dan zestig vredes- en burgerorganisaties, is de grootste vredesbijeenkomst in de regio in decennia.
Wat mij raakt, is dat deze top niet alleen bestaat uit toespraken, maar ook uit ontmoetingen, maaltijden, muziek, verhalen. De organisatoren benadrukken dat vrede geen abstract ideaal is, maar een dagelijkse keuze en een gezamenlijke oefening. Zoals Maoz Inon – die zijn ouders verloor bij de aanslagen van 7 oktober – het verwoordde: “We verwerpen wraak, maar ook wanhoop. We hebben de kracht om de toekomst te veranderen.”
De People’s Peace Summit is een krachtig voorbeeld van hoe mensen, ondanks pijn en verlies, kiezen voor hoop en actie. Het inspireert mij om ook in mijn eigen omgeving te blijven werken aan vrede – niet alleen met woorden, maar met daden.
Het is de hoogste tijd om de retoriek en propaganda van wereldleiders achter ons te laten. Tijd om niet langer passief toe te kijken of ons te laten meeslepen in polarisatie en wij-zij-denken. Wat we nodig hebben is zelfleiderschap: de moed om zelf op te staan en ons in te zetten voor vrede – in onze relaties, onze gemeenschappen, onze manier van spreken en handelen.
Laten we stoppen met het voeden van sociale media met oneliners en propaganda, en in plaats daarvan actief onze vredesspier trainen. Want vrede begint niet bij de top, maar bij mensen die ervoor kiezen om er elke dag naar te leven.
Vrede zij jullie allen.
Jan Wolsheimer is directeur van CAMA Zending, een zusterorganisatie van Unie-ABC.