Skip to main content

Vrucht dragen

"Hierin wordt mijn Vader verheerlijkt, dat u veel vrucht draagt ​​en zo laat zien dat u mijn discipelen bent." – Johannes 15:8

De vroege zomer in Libanon is een prachtige tijd – het is het seizoen van perziken, pruimen, mispels en wilde bessen. Het land begint zijn vrucht voort te brengen en overal om ons heen zien we tekenen van rijping – van overvloed die rustig, gestaag en op zijn tijd komt. Het is een seizoen dat uitnodigt tot bezinning: net zoals vrucht pas na een lang en verborgen proces verschijnt, zo worden ook wij geroepen om geestelijke vrucht te dragen.

Lees verder

De laatste fase van leiderschap: schoonheid of schaduw?

Opiniestuk

We kennen ze allemaal: leiders die decennia lang vruchtbaar en impactvol waren, maar niet op tijd meebewegen met wat de nieuwe fase van hen vraagt Ze blijven zichtbaar, maar hun impact vervaagt- niet door gebrek aan talent, maar door het uitblijven van transformatie.. Ze blijven ogenschijnlijk op hun post, maar verliezen gaandeweg hun glans — niet omdat ze minder waard zijn, maar omdat ze weigeren om anders te worden.

En dan zie je óók de anderen: leiders die in hun latere levensfase juist dieper, wijzer, vrijer worden. Hun invloed neemt niet af — die verdiept zich. Wauw! Wat maakt het verschil?

De illusie van “doorgaan zoals altijd”

In veel (christelijke én maatschappelijke) organisaties zie ik leiders die inspirerend begonnen, vruchtbaar waren in hun bloeitijd, maar zich vervolgens verzetten tegen wat de laatste fase van leiderschap vraagt.

  • Ze klampen zich vast aan hun oude rol, positie, podium.
  • Ze zeggen “God is nog niet klaar met mij”, maar bedoelen: ik wil nog niet loslaten.
  • Ze verwarren zichtbaarheid met vruchtbaarheid, en controle met betekenis.

Maar leiderschap is geen sprint — het is een levensloop. En het slotstuk is geen schaduw — het is vaak het meest briljante deel, als je het goed loopt.

De kracht van overgave in de laatste fase

Grote leiders zoals Mozes, Mandela, Henri Nouwen, of een Rick Warren vandaag, tonen dat er in de laatste fase iets anders nodig is:

  • Meer zegenen dan besturen
  • Meer investeren dan initiëren
  • Meer ruimte geven dan zelf nemen
  • Meer wijsheid delen dan beslissingen maken

In deze fase verschuift leiderschap van sturen naar schenken, van impact maken naar mensen laten bloeien. Dat vraagt moed. En vertrouwen. En visie op de generaties na jou.

De mooiste leiders worden met de jaren zachter én krachtiger

Ik heb leiders ontmoet die op hun 65e, 70e of zelfs 80e nog steeds diep inspireren — niet vanwege hun strategie, maar vanwege hun aanwezigheid. Ze zijn niet meer bezig met bewijzen, behouden of beheersen. Ze zijn bezig met doorleven, doorgeven en doorbidden.

Hun woorden wegen zwaarder omdat ze zwijgen kunnen. Hun gezag komt niet meer uit een functie, maar uit hun geestelijke rijpheid. Zij laten zien: het mooiste leiderschap komt vaak pas ná het podium.

Wat als meer leiders deze fase zouden omarmen?

Wat zou er gebeuren als meer leiders:

  • Zichzelf de vraag zouden stellen: “Wat vraagt deze fase nu van mij?”
  • Niet bang zouden zijn om zichtbaarheid los te laten om invloed te verdiepen?
  • Niet zouden blijven hangen in wat ze waren, maar ontvankelijk worden voor wat ze kunnen zijn?

Dan zou het beeld van “oudere leiders” niet meer dat zijn van tragiek of vasthouden, maar van wijsheid, vrede en stille kracht.

Slot: Een uitnodiging aan elke leider

Laten we een cultuur bouwen waarin vernieuwd leiderschap in de laatste fase wordt gevierd, niet vermeden. Waar we leiders helpen: 

  • Niet langer te doen wat ze deden,
  • Maar te worden wie ze zijn.

De wereld — en zeker de kerk — snakt naar oudere leiders die niet nog één ronde willen rennen, maar die anderen leren lopen. Hun erfenis is niet wat ze achterlaten, maar wie ze voortbrengen.

Nabrander voor jou:

Zoals ik begon, dit is een opiniestuk. Het verkondigt geen waarheid, maar een opinie. Daar kun je het mee eens of oneens zijn en laat dat nou net de bedoeling zijn, namelijk dat we erover nadenken. Het feit dat je dit artikel leest, maakt de kans groot dat je op welke manier ook iets met leiderschap in je gemeente te maken hebt. Misschien ben je wel oudste of voorganger, taakgroepleider, muziekleider of wat dan ook. Hoe staat het met jouw leiderschap of überhaupt met het leiderschap in je gemeente? Kun je het gesprek hierover met elkaar voeren. Wat voor leiderschap heeft jullie kerk nodig als jullie ook jongeren, denk aan GenZ,  een plek willen geven in Gods huis, wat zeg ik, in Gods lichaam. Juist daarom geldt dat onze erfenis niet moet zijn wat we achterlaten, maar wie we voortbrengen.

Harry Nieuwenhuizen is bestuurslid van Unie-ABC. 

Lang leve de doop!

Wat is er aan de hand? In één keer lijkt geloof hip en booming. Een artikeltje in The economist beschreef hoe het aantal volwassendopen in Frankrijk met Pasen ten opzichte van het jaar er voor met 46% gestegen is. Meer dan 10.000 volwassenen werden met Pasen gedoopt! De schrijver van het artikel vroeg zich vol verbazing af hoe dat kon. Was het toch nog een gevolg van de eenzaamheid van Covid? Een nieuw zoeken naar zin onder jongeren? Opvallende constatering was dat een groot deel van de dopelingen een niet gelovige achtergrond heeft.

De trend in Frankrijk zien we de laatste tijd natuurlijk ook in Nederland. Tot verbazing van velen groeit de interesse onder met name jongeren voor het geloof. Hoe kan dat? Een verlangen naar meer? Het besef van de diepe vreugde van het geloof (Jezus is overwinnaar!)? Of de slechte ervaringen uit het verleden die naar de achtergrond zijn geraakt? Je hoort in ieder geval van spontane doopdiensten bij Opwekking en andere conferenties. En van rondreizende evangelisten die in een badkuip dopen. Ook binnen gemeenten van Unie-ABC zien we verrassende ontwikkelingen. Grote doopdiensten, onverwachte aanwas, etc..

Voor kerken is het natuurlijk fantastisch. Tegelijk liggen er ook grote uitdagingen. Het vraagt om anders te leren denken. Zelf werd ik gedoopt in een klassieke Baptistengemeente. De procedure was in der tijd vrij formeel. Na de doopaanvraag kreeg je bezoek van twee ouderlingen. Die brachten verslag uit tijdens een gemeentevergadering. Je werd aan de gemeente voorgesteld en mocht daarna de zaal verlaten, waarop de gemeente vragen kon stellen en vervolgens ging stemmen of je gedoopt mocht worden. Dat was een heel gebeuren. Ook rondom de doop zelf waren allerlei gewoonten. De doop was natuurlijk een feest. En na de doop klonk hartelijk: Welkom in de strijd!

Je kunt daar met terugwerkende kracht van alles van denken. Het ging gewoon zo op die manier. Maar wat een verschil met nu. Nadat we afkondigden dat er in de gemeente vijf dopelingen waren meldde zich spontaan nog drie mensen aan. Inmiddels gaat dat naar de twaalf dopelingen, voor het grootste gedeelte nieuwe bezoekers van de kerk. In mijn achterhoofd hoor ik de oude kerkleiders nog zeggen: Laat ze eerst maar eens een tijdje komen en meedraaien… Maar als je met deze mensen praat, dan proef je hun geloof en verlangen Jezus te volgen.

Daar ligt dan de uitdaging voor de gemeente. De uitdaging is niet zo zeer allerlei testjes te maken om te zien of iemand wel goed gelooft. Nee, de uitdaging is om van mensen die er naar verlangen zich in de doop aan Jezus over te geven volwassen christenen te maken. Niet door ze een paar jaar op de achterste rij te laten toekijken, maar door hen actief in te schakelen. Door hen te begeleiden op het pad van discipelschap. Door zelf in alle kwetsbaarheid met hen op weg te gaan.

De grote vraag is niet, kunnen mensen het waar maken? De grote vraag vandaag de dag aan de gemeente is: kunnen wij het waar maken? Wat hebben we er voor over om mensen werkelijk te helpen groeien in hun navolging van Jezus. Hoe kunnen wij als gemeenten werkelijk een instrument in handen van de Heer zijn, zodat mensenlevens vernieuwen. Werktuigen in handen van God zijn, zodat Hij door ons heen de wereld kan veranderen.

Een paar jaar geleden werd de ondergang van de kerk voorspeld. Misschien mogen we nu de oude woorden van Jezus herhalen: De velden zijn wit om te oogsten. Zijn we er klaar voor? Wat hebben we er voor over?

Harm Jut is werkzaam als regio-coördinator bij Unie-ABC en voorganger bij Baptistengemeente Siloam in Ede. 

Gods trouw vieren

Op zondag 1 juni was ik samen met mijn man bij een bijzondere bijeenkomst in Amsterdam, in de Doopsgezinde Singelkerk (een voormalige schuilkerk), samen met broeders en zusters uit diverse landen.

Lees verder

Dialoog van hart tot hart – Drie lessen

Van 4 tot 10 april ging ik mee op studiereis naar Bosnië. Het thema was: ‘Religie als instrument voor vrede in een verdeelde wereld’. Vooral de persoonlijke ontmoetingen raakten mij. In deze blog vertel ik hoe mensen van verschillende godsdiensten elkaar kunnen ontmoeten. Wat is daarvoor nodig? En hoe doe je dat, persoonlijk en als gemeente?

Samen op reis

Herman Bouma nodigde mij uit voor deze reis. Ik ken hem via het netwerk Urban Expression. Hij organiseerde de reis samen met Bert de Ruiter, die veel ervaring heeft met interreligieuze dialoog. We reisden met een gemengde groep: zes christelijke leiders en een imam uit Amsterdam. Kletsen in de bus, samen eten, Turkse koffie in het oude Sarajevo… Zoals imam Abdelilah El Amrani zei: dat was “100%!” Helaas kon iemand uit de joodse gemeenschap op het laatste moment niet mee.

06 10 Oeds7

Bezoek oud burgemeester Mostar

Het doel van de reis was om te leren van de manier waarop in Bosnië wordt gewerkt aan interreligieuze dialoog. We bezochten Sarajevo, Srebrenica en Mostar. Prachtige plaatsen, met een bewogen geschiedenis. We spraken met imams, priesters, een joodse voorganger, evangelische leiders en mensen die werken aan vrede. Onze gastheer was Aid Smajic, professor aan de Faculteit voor Islamitische Studies in Sarajevo.

De oorlog en de rol van religie

Tussen 1992 en 1995 was er een vreselijke oorlog in Bosnië. De gevolgen zijn nog steeds zichtbaar. Bosnië-Herzegovina heeft een gemengde bevolking: 51% moslims, 31% orthodoxe en 15% katholieke christenen. Bosnië ligt tussen verschillende werelden. Eerst tussen het katholieke westen en het orthodoxe oosten (na de kerksplitsing in 1054). Later werd het deel van het Ottomaanse (Turkse) rijk. Zo zijn veel Bosniërs moslim geworden. In het westen wonen vooral Kroaten (katholiek) en in het oosten vooral Serviërs (orthodox). Door het land heen wonen deze groepen ook door elkaar.

06 10 Oeds6

Kaart van Bosnië

In de oorlog werd geprobeerd om gebieden 'etnisch' te zuiveren. Dat leidde tot geweld en diepe wonden. We zagen hoe religie misbruikt kan worden om geweld te rechtvaardigen. Geloof en afkomst raken dan met elkaar verbonden. We spraken erover dat de rol van religie in het streven naar vrede soms te positief wordt voorgesteld. Onze gastheer Aid zei daarover: "Eerst zien, dan geloven." De reis nodigt ons uit om eerlijk naar onszelf te kijken: hoe gebruiken wij zelf geloof en macht?

Echte ontmoeting

Echte ontmoeting gebeurt vaak spontaan, in het dagelijks leven. Maar ook georganiseerde netwerken van religieuze leiders kunnen helpen. In mijn eigen wijk Soesterkwartier heb ik contact met enkele moslimfamilies. Vooral met één gezin ben ik bevriend geraakt.

Misschien ken jij ook mensen met een ander geloof — via werk, school, sport of de buurt. Sommige gemeenten doen mee aan interreligieuze dialoog of een iftar-maaltijd tijdens de ramadan. Voor anderen voelt dit nog ver weg. Daarom deel ik drie lessen uit onze reis.

1. Dialoog begint met luisteren

Met de groep brachten we een indrukwekkend bezoek aan Srebrenica. Srebrenica was in juli 1995 het toneel van de deportatie van 8.000 moslimmannen en jongens, die later bijna allen zijn vermoord door Servische troepen. Het wegvoeren gebeurde onder de ogen van Dutchbat, een Nederlands VN-bataljon.

In Srebrenica bezochten we imam Ahmed. Hij verloor zijn vader, opa en vier ooms tijdens de genocide. Na zijn studie keerde hij terug naar Srebrenica, waar nog maar weinig moslims wonen. Hij zoekt opnieuw de weg in het leven, wil anderen bijstaan. Gevraagd naar zijn beeld voor de toekomst zegt hij: “Ik weet het echt niet.” Hij is bang door nieuw oplaaiend Servisch nationalisme. Zijn geloof geeft hem kracht. “Wie leeft er met jullie mee?”, vragen we. “De wereldwijde moslimgemeenschap… en gewone mensen zoals jullie.”

06 10 Oeds2

Begraafplaats Srebrenica

Dat gesprek raakte ons allemaal. Dialoog begint met luisteren – écht luisteren. De ander willen begrijpen, zonder meteen je oordeel klaar te hebben. In het luisteren ontstaat ruimte voor het hart van de ander.

2. Dialoog vraagt kwetsbaarheid

In Sarajevo spraken we met Bryan Carey van Peacemaking Catalyst International. Hij woont al jaren in Bosnië. Hij zei dat dialoog vaak wordt gezien als iets voor religieuze leiders, die beleefd blijven maar zich niet echt laten zien. Hij pleit juist voor “hart tot hart-dialoog” — gesprekken waarin gewone mensen iets van zichzelf delen. Dat is spannend, want je loopt risico geraakt te worden. Maar dat is juist nodig, zegt hij. Zo kun je elkaar beter begrijpen en vertrouwen opbouwen.

06 10 Oeds3

Sarajevo

Bryan liet ons een oefening doen: op papier zes dingen opschrijven die belangrijk zijn voor onze identiteit. Daarna moesten we steeds iets wegstrepen, tot er één ding overbleef. Dat was moeilijk en confronterend. Maar het hielp ons om na te denken: wat is echt belangrijk voor mij? Juist dat punt is kwetsbaar in de dialoog.

Bij conflicten houden mensen vaak nóg sterker vast aan hun identiteit. Geloof, cultuur en afkomst worden dan harde scheidslijnen. Dialoog vraagt dat je durft te delen wat de kracht van geloof is in jouw leven, zonder de ander te willen overtuigen. Je deelt de  “hoop die in je is” (1 Petrus 3:15). Dit geeft een ander gesprek dan discussie over wie gelijk heeft.

3. Dialoog bouwt vertrouwen

Wanneer mensen elkaar in een veilige ruimte ontmoeten, groeit er begrip. Dialoog is niet bedoeld om verschillen weg te poetsen, maar juist om echt jezelf te zijn, met respect voor de ander. Iedereen is de expert van zijn of haar eigen geloof. Als christen ga ik niet uitleggen hoe de islam werkt of wat er in de Koran staat. Dat wil ik horen van iemand die zelf moslim is. Andersom werkt dat ook zo. Het helpt niet als een moslim teksten uit de Bijbel gaat uitleggen.

In veel woonplaatsen zijn er netwerken van religieuze leiders. Als je als voorganger of gemeenteleiding meedoet, leer je anderen kennen. Als er iets ernstigs gebeurt, zoals het bekladden van een synagoge, het verbranden van de Koran of het bedreigen van christelijke vluchtelingen, dan kun je samen reageren – binnen je gemeenschap én in het openbaar. Als leiders elkaar vertrouwen, volgen hun gemeenschappen vaak ook.

06 10 Oeds4

Joodse synagoge (museum)

Aan de Universiteit van Sarajevo is een gezamenlijke opleiding gestart voor moslims, katholieken en orthodoxen. Een priester die we spraken zei: “Goed nieuws verkoopt niet. Maar in 50 jaar kun je met verzoening een stapje verder komen.” Dialoog is bouwen aan vertrouwen, op de lange termijn.

Geloof en relatie

Jezus zegt: “Heb God lief met heel je hart, en heb de ander lief als jezelf” (Marcus 12:29-31). In Gods koninkrijk gaat het om relaties – niet als middel, maar als doel op zich.

Als groep zijn we hiervoor gegaan tijdens de reis. De ander ontvangen als een geschenk is iets moois. Het maakt je rijker en blij. Maar soms is het ook spannend of verwarrend. Toch geloof ik: God is erbij in dit soort gesprekken. Voor 100%!

06 10 Oeds5

Orthodoxe kerk

Verwerking

  • Welke stap kun jij zetten om iemand met een ander geloof beter te leren kennen?
  • Welke keuze kun je als gemeente maken om actief mee te doen aan interreligieuze ontmoeting?

Misschien vind je het boeiend de preek te bekijken en beluisteren die Abdelilah hield  naar aanleiding van de reis in de moskee Dar El Huda in Amsterdam. Dat kan via deze link. Voor het uitgebreide reisverslag kun je me mailen via Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Oeds Blok is coördinator pionieren & gemeentestichting voor Unie-ABC en docent Pionierend Leiderschap bij het Baptisten Seminarium en begeleidt leiders vanuit het Instituut voor Undefended Leadership, onder wie veel predikanten.