Wat is er aan de hand? In één keer lijkt geloof hip en booming. Een artikeltje in The economist beschreef hoe het aantal volwassendopen in Frankrijk met Pasen ten opzichte van het jaar er voor met 46% gestegen is. Meer dan 10.000 volwassenen werden met Pasen gedoopt! De schrijver van het artikel vroeg zich vol verbazing af hoe dat kon. Was het toch nog een gevolg van de eenzaamheid van Covid? Een nieuw zoeken naar zin onder jongeren? Opvallende constatering was dat een groot deel van de dopelingen een niet gelovige achtergrond heeft.
De trend in Frankrijk zien we de laatste tijd natuurlijk ook in Nederland. Tot verbazing van velen groeit de interesse onder met name jongeren voor het geloof. Hoe kan dat? Een verlangen naar meer? Het besef van de diepe vreugde van het geloof (Jezus is overwinnaar!)? Of de slechte ervaringen uit het verleden die naar de achtergrond zijn geraakt? Je hoort in ieder geval van spontane doopdiensten bij Opwekking en andere conferenties. En van rondreizende evangelisten die in een badkuip dopen. Ook binnen gemeenten van Unie-ABC zien we verrassende ontwikkelingen. Grote doopdiensten, onverwachte aanwas, etc..
Voor kerken is het natuurlijk fantastisch. Tegelijk liggen er ook grote uitdagingen. Het vraagt om anders te leren denken. Zelf werd ik gedoopt in een klassieke Baptistengemeente. De procedure was in der tijd vrij formeel. Na de doopaanvraag kreeg je bezoek van twee ouderlingen. Die brachten verslag uit tijdens een gemeentevergadering. Je werd aan de gemeente voorgesteld en mocht daarna de zaal verlaten, waarop de gemeente vragen kon stellen en vervolgens ging stemmen of je gedoopt mocht worden. Dat was een heel gebeuren. Ook rondom de doop zelf waren allerlei gewoonten. De doop was natuurlijk een feest. En na de doop klonk hartelijk: Welkom in de strijd!
Je kunt daar met terugwerkende kracht van alles van denken. Het ging gewoon zo op die manier. Maar wat een verschil met nu. Nadat we afkondigden dat er in de gemeente vijf dopelingen waren meldde zich spontaan nog drie mensen aan. Inmiddels gaat dat naar de twaalf dopelingen, voor het grootste gedeelte nieuwe bezoekers van de kerk. In mijn achterhoofd hoor ik de oude kerkleiders nog zeggen: Laat ze eerst maar eens een tijdje komen en meedraaien… Maar als je met deze mensen praat, dan proef je hun geloof en verlangen Jezus te volgen.
Daar ligt dan de uitdaging voor de gemeente. De uitdaging is niet zo zeer allerlei testjes te maken om te zien of iemand wel goed gelooft. Nee, de uitdaging is om van mensen die er naar verlangen zich in de doop aan Jezus over te geven volwassen christenen te maken. Niet door ze een paar jaar op de achterste rij te laten toekijken, maar door hen actief in te schakelen. Door hen te begeleiden op het pad van discipelschap. Door zelf in alle kwetsbaarheid met hen op weg te gaan.
De grote vraag is niet, kunnen mensen het waar maken? De grote vraag vandaag de dag aan de gemeente is: kunnen wij het waar maken? Wat hebben we er voor over om mensen werkelijk te helpen groeien in hun navolging van Jezus. Hoe kunnen wij als gemeenten werkelijk een instrument in handen van de Heer zijn, zodat mensenlevens vernieuwen. Werktuigen in handen van God zijn, zodat Hij door ons heen de wereld kan veranderen.
Een paar jaar geleden werd de ondergang van de kerk voorspeld. Misschien mogen we nu de oude woorden van Jezus herhalen: De velden zijn wit om te oogsten. Zijn we er klaar voor? Wat hebben we er voor over?
Harm Jut is werkzaam als regio-coördinator bij Unie-ABC en voorganger bij Baptistengemeente Siloam in Ede.